zondag 24 september 2017

Fuzzie (Hanna Bervoets)



Mijn boekhandelaar had, alweer weken geleden, Fuzzie van Hanna Bervoets niet op voorraad. Was de verkoop zo snel gegaan? Vond hij dat hij het niet op voorraad hoefde te hebben? Hoe dan ook, hij bestelde het en in het weekend haalde ik het op.

Nog voor ik erin begon te lezen, was ik al teleurgesteld: voor op het boek stond een wel heel lelijke tekening van twee handen met daarin de titel in pluizige letters. De tekenares had het niet voor elkaar gekregen om de handen op echte handen te laten lijken. De handen leken niet van vlees maar van hout. Het zal wel een vriendinnendienst geweest zijn, waar de schrijfster niet meer onderuit kon, maar jammer is het wel.

Bervoets heeft wel wat krediet bij mij. Alles wat er was heb ik indertijd met plezier gelezen, al vond ik het boek net niet goed genoeg. Maar Ivanov vond ik overtuigend; ik plaatste het hoog in het lijstje met de beste boeken van 2016. Efter is mij door iemand geadviseerd. Ik heb het nog niet gelezen.

Over Fuzzie had ik al een paar recensies gelezen en ik had een interview met Bervoets beluisterd. Interessant gesprek. Ik wist dus wat iedereen al zo'n beetje weet als hij begint te lezen in Fuzzie: enkele personen krijgen een pluizig bolletje dat tegen hen praat. Hoe moeten we het noemen? Is het een robotje? Een speelgoedje met een computertje erin? Zoiets.

Het pluizige bolletje spreekt en dat ook nog in coherente zinnen. Wat het zegt is meestal niet bijzonder origineel. Het stelt vragen, waardoor degene die bevraagd wordt zich dicht benaderd voelt. Ook vertelt het het een en ander. Vier personages (Maisie, Florence, Diek en Stephan) hebben zo'n bolletje. Ze zijn alle vier op zoek naar liefde, zoals iedereen overal en altijd, en merken dat dat veel getob is.

Misschien is de vraag achter de roman of er intimiteit mogelijk is door slechts woorden. In dat geval zou je kunnen zeggen dat een schrijver ook bezig is intimiteit te creëren met de lezer. Bij het bolletje heb je de stem nog, die de schrijver alleen maar kan suggereren.

Het bolletje heeft wel invloed op de verschillende personen, al moeten ze op den duur verder zonder het bolletje. Maar op sommige momenten is er zeker een suggestie van nabijheid. Als Maisie haar bul uitgereikt krijgt, zit haar ex-geliefde Florence in de zaal en denkt:
Het bolletjes, alleen het bolletje en niemand anders raakt Maisie aan tijdens die belangrijke moment, deze rite de passage - was dat niet wat ze wilde?
De vraag is wie de 'ze' is in het zinnetje 'was dat niet wat ze wilde'? Maisie? Ik heb de neiging om 'Florence' te antwoorden. Florence spreekt Maisie niet aan, maar anders had ze willen zeggen: 'En o, dat bolletje dat je zo leuk vindt: dat ben ik, hoor.'

Wellicht zit Florence achter de bolletjeskwestie. Ze is per slot van rekening 'product designer' en als we haar voor het eerst tegenkomen in het boek veegt ze witte pluisjes van de tafel. Mogelijk is zij degene die het experiment opgezet heeft. Het zou  me niet verbazen. Al vraag ik me in dat geval wel af, waarom de andere bolletjes dan juist bij Diek en Stephan terechtgekomen zijn.

 Het idee achter Fuzzie spreekt me zeker aan. Je gaat vragen stellen als: is intimiteit te manipuleren? Ook vond ik het leuk hoe dezelfde tekst van het bolletje bij de verschillende personages terugkomt. Dat geeft leuke dwarsverbanden.

Maar bij de personages miste ik soms het verhaal, de ontwikkeling. Maisie en Florence komen nog het dichtst bij je. De andere personen blijven wat meer op afstand. Mij deden ze niet zoveel. Ik moest terugdenken aan roman dat in de verte met Fuzzie verwant is: De man achter het raam (1989) van Gerrit Krol. Daarin leven we mee met een computer die verliefd wordt. Krol deed rechtstreeks een appel op de lezer om mee te leven met een computer en dat was zonder meer geslaagd.

Uiteindelijk denk ik aan Fuzzie terug als een aardige roman en niet meer. Dat betekent dat het boek me, na Ivanov, tegengevallen is. Maar het idee achter de roman is boeiend en ik sluit niet uit dat ik een volgende keer toch weer met de nieuwe roman van Bervoets uit de boekhandel kom.

zondag 17 september 2017

Lezing Ben Manusama



‘Unfinished business’ noemde Ben Manusama de reeks schilderijen die hij onlangs geëxposeerd heeft in Den Haag. We zien personen die ten voeten uit geschilderd zijn. Ze verdragen vluchtige beschouwing, maar wie langer kijkt, ziet steeds meer de mensen die geportretteerd zijn. Op den duur komen we niet uit onder het appel dat er van hen uitgaat.

Op zondag 17 september kwam Manusama in de Vluchtheuvelkerk in Zetten vertellen over de bronnen van zijn werk. Ook liet hij muziek horen die verbonden is met de wortels van de Molukse gemeenschap.

Na de pauze was er een tweegesprek van Ben met Victor Laurentius, die ooit in Zetten woonde. Hij schreef, alweer jaren geleden, een boek over de Molukkers in de Betuwe. Op de tijdlijn die er getrokken werd, werden drie punten gezet: de dekolonisatie (met de zogeheten ‘politionele acties’), de treinkapingen in de jaren zeventig en het heden.

De treinkapingen zijn een uitvloeisel van de manier waarop de dekolonisatie verlopen is. Door sommigen zijn de kapingen wel de derde politionele actie genoemd. Het is een trauma geworden in onze nationale naoorlogse geschiedenis, waarover nog steeds niet alle feiten bekend zijn.

De feiten over de dekolonisatie en de kapingen moeten boven water komen en erkend worden, vertelde Manusama. Dan pas kunnen we verder. We zullen in het nu elkaars verhalen moeten horen en daar oor voor hebben. We moeten zien dat het niet een Molukse zaak, maar een Nederlandse zaak is, waarop ieder van ons vanuit zijn eigen achtergrond zal reageren. Pas als we daarvoor openstaan, kunnen we samen verder.

Het publiek was geboeid door Manusama’s verhaal en ook geschokt door wat hij vertelde over zijn eigen ervaringen. Hoe hij als jongere uit een bus geknuppeld werd. Een agent zei: ‘Loop maar weg, dan schiet ik je in je rug.’  Willekeurige Molukkers werden op een perron plat op de grond gelegd en onder schot gehouden. Het zijn feiten die het journaal nooit gehaald hebben.

Er zit nog veel woede en pijn in de nog vrij jonge geschiedenis. Daarmee moeten we aan het werk. Tot die tijd is het unfinished business.

(foto gebietst van de Facebookpagina van Ben)

donderdag 14 september 2017

Wormen en engelen (Maarten van der Graaff)


Bram Korteweg is opgegroeid op Goeree-Overflakkee, in een gereformeerde omgeving. Hij gaat studeren in Utrecht en lijkt het eiland en zijn jeugd achter zich te kunnen laten, maar dat blijkt niet zo simpel. Dat lezen we in Engelen en wormen, het romandebuut van Maarten van der Graaff, al bekend als dichter.

Bram zou je kunnen zien als een ex-gelovige, maar iemand noemt hem ketter. Bram is inderdaad niet los van de wereld van het geloof. Al in het begin van het boek neemt hij afstand van romans waarin iemand zich 'bevrijdt' van zijn gereformeerde jeugd. 'Ik leef na de uittocht', schrijft hij. En later in het boek: 'Hoe moet ik waarde hechten aan het afvallig zijn? Nu ik me heb afgekeerd van God, wil ik weten waarnaar ik me toekeer.'

Waar hoor je bij als je je gemeenschap achter je laat? Hoe vind je een context? En wat betekent geloof voor mensen? Bram zit vol met vragen, zeker nu zijn vader zich aansluit bij een evangelische gemeente en zich laat dopen in het Haringvliet. En zijn vriend Paul wordt predikant, uitgerekend op Goeree-Overflakkee.

Bram had zich in Utrecht al aangesloten bij een 'theologisch werkgezelschap', Uterque, een dispuut van de faculteit Godgeleerdheid. Hij zal dat gezelschap aan het eind Engelen en wormen als volgt omschrijven:
Wij waren geen familie. De leden van Uterque waren geen geliefden van elkaar, geestverwanten, vrienden, broers, zussen, moeders of vaders. We waren dieren, in een overvol heden, op zoek naar manieren om voor onszelf en elkaar te zorgen en van onszelf en elkaar af te komen.
 Hieruit blijkt de zoekende instelling van Bram, die zelfs een soort project met interviews maakt van zijn zoektocht. Hij zal Paul interviewen en Wilfried, een katholiek die veertig jaar ouder is dan de andere leden van Uterque. Bij het gezelschap ontmoet Bram ook Lena en Felix.

Bram heeft het traditionele geloof achter zich gelaten maar wil, zoals hij zelf zegt, 'de weefsels begrijpen waarin we zijn opgenomen'. Hij bestudeert de gelovigen niet, maar hij wil meedoen. Je zou kunnen zeggen dat hij een bevindelijke instelling heeft.

Van der Graaff heeft niet alleen een verhaal geschreven. Er staan ook essay-achtige passages in Wormen en engelen, transcripties van interviews, mails. De lezer kan zich niet gemakkelijk mee laten slepen met de gebeurtenissen, ook hij moet op zoek. Hij moet Bram proberen te volgen en nadenken over de vragen die deze zichzelf en anderen stelt.

En wat doet Brams (voor mij) vreemde belangstelling voor ASMR in het boek? Eerlijk gezegd had ik nog nooit gehoord van de filmpjes met fluistervrouwen. Misschien staat die belangstelling ook voor een seculier verlangen zich over te geven.

De zoektocht maakt het leven van Bram niet gemakkelijker en het stoot ook mensen af. Lena verwoordt dat in een mail waarin ze afstand van hem neemt. Je merkt de betrokkenheid, de nabijheid, juist op het moment dat ze terugstapt:
Ik heb genoeg van je gedoopte vader, je interviews en je eiland. Uiteindelijk blijf ik altijd aan de zijlijn staan, steeds weer weet je me aan de uithoeken van jouw hoogstpersoonlijke slagveld op te stellen. Gevoelige mannen zijn zo fucking gevaarlijk; al die complexiteit, maar ondertussen maken ze je tot een voetnoot in hun verhaal, een commentaarstem, nog altijd in hun dienst. Daar heb ik geen zin meer in, het is te vermoeiend, te deprimerend. Succes met je verhaal. Of wat het ook mag zijn. Ik stap eruit. Ik heb de moed opgebracht om je teleur te stellen.
Lena schrijft gedichten en zal de bundel Dood werk uitbrengen. Van der Graaff publiceerde zelf een bundel met die titel. Wellicht kunnen we niet alleen Bram, maar ook Lena zien als een afsplitsing van de auteur.

De titel verwijst naar Menocchio (Domenico Scandella), een als heretisch geziene molenaar die zijn eigen theorieën had. Zo zou er een massa uit de chaos ontstaan zijn, als kaas uit melk en daarin ontstonden wormen: de engelen. Bij engelen denken we aan iets verhevens en bij wormen juist aan iets wat afschuw opwekt: bedorven kaas. Van der Graaff zet de wormen naast elkaar in de titel, maar voor Menocchio vielen ze samen. Het bederf van de kaas heeft engelen tot gevolg.

Engelen en wormen is een prikkelende roman, waarin niet voor de gemakkelijke weg gekozen wordt. Bram neemt geen afstand, maar onderzoekt, blijft betrokken, vreet zich als een worm door de kaas om te zien waar hij uit komt. Er is een gemeenschap, maar je bent tegelijkertijd op jezelf aangewezen. Het is hard werken, wil je kunnen leven in een zinvolle context.

Er zullen lezers zijn die de stroom van de gebeurtenissen missen of het toewerken naar een eenduidige plot. Dat moet dan maar. In ieder geval is Wormen en engelen een roman die ergens over gaat. Ook wel eens prettig. 

woensdag 13 september 2017

Het 9e eiland (Marcel Ruijters)


In het theater kennen we de vierde wand: de acteurs doen alsof ze in een afgesloten wereld leven en alsof het publiek er niet is. Soms wordt ineens die vierde wand doorbroken, wanneer een acteur bijvoorbeeld het gesprek met het publiek aangaat.

Je zou kunnen zeggen dat dat ook opgaat voor strips. Over het algemeen trekken de personages zich niets aan van de lezer. Spelen met de vertrouwde vorm van de strips (waarbij een personage bijvoorbeeld botst tegen het kader van de tekening, hebben we al veel gezien. Uit mijn jeugd herinner ik mij dat soort dingen uit de verhalen van Olivier Blunder, die zich ook wel rechtstreeks tot de lezer wendt.

Ook Marcel Ruijters laat in Het 9e eiland de personages spelen met de conventies van de strip. Scott en Barry (Barry 2) spoelen met hun vlot aan op een bijna onbewoond eiland. Er woont alleen een inlandse vrouw, Kali,  die verbannen is, omdat ze zich schuldig heeft gemaakt aan kannibalisme.

Scott is een stripliefhebber en heeft een kist met strips meegenomen. Tegen Barry zegt hij: We moeten ons postmodern opstellen en doen alsof we in een strip rondlopen, bekeken door een onzichtbare lezer...'  Hij legt ook uit dat in strips, door de opeenvolging van de plaatjes, beweging wordt gesuggereerd en dus tijdsverloop.

Scott gaat er dan nog van uit dat Barry en hij alleen zijn op een onbewoond eiland, een klassiek gegeven in cartoons en ook wel in strips. Dat benoemt hij ook.

De lezer leest dus een strip over twee personen waarvan  er één filosofeert over strips. Er wordt een metalaag aangebracht, waardoor je niet meer alleen het verhaal volgt, maar waarin het verhaal zelf meteen commentaar is op het genre en dus op zichzelf. Ruijters heeft duidelijk plezier gehad in dit Droste-effect.

Scott kan op verschillende momenten uitweiden over bijvoorbeeld het gootje tussen de plaatjes of over fysiognomie. Het zal dan ook niet voor niets zijn dat de hoofdpersoon Scott heet. Voor in het album dankt Ruijters Scott Mc Cloud, die niet alleen cartoonist is, maar ook striptheoreticus. Zijn titels Understanding comics (1993) Reinventing comis (2000) en Making comics (2006) zijn wat dat betreft veelzeggend.

Barry wordt gedood door Kali, een inlandse vrouw, met wie Scott zijn leven zal gaan delen. Later blijkt Barry weer levend te zijn, door de boom der middelmatigheid, die constant slechte kopieën van Barry levert. Scott moet op de vlucht, waarbij hij gevaar loopt om in plotgaten te stappen.

Er zijn veel spiegelscènes in het verhaal: Kali maakt eigenlijk ook strips door de tatoeages die ze aanbrengt op Scott en op een gegeven moment is er een cameraploeg - Scott en Kali kunnen de opnamen waarop ze staan terugkijken.

Het verhaal over Scott en Kali beslaat heel wat jaren,. Ze krijgen kinderen die ook weer een partner gaan zoeken. Niet altijd weet Ruijters het verhaal daarbij spannend te houden, al haalt hij heel wat strapatsen uit met zijn personages. Maar er is te weinig wat hen een heel verhaal door kan drijven.

Toch is Het 9e eiland het lezen zeker waard. Vanwege het verkennen en becommentariëren van de kunstvorm, maar ook vanwege het absurdisme van Ruijters, dat altijd vrolijk stemt, ook (of misschien juist) als er een zwart randje aan zit. Maar het verhaalgegeven is net niet sterk genoeg om de lezer door het hele album heen te sleuren.

Titel:    Het 9e eiland
Tekst en tekeningen: Marcel Ruijters
Uitgever:  Sherpa
Paperback, 208 blz. zwart-wit; € 19,95

Lees hier over Jheronimus van Marcel Ruijters, een stripbiografie van Jeroen Bosch.

dinsdag 5 september 2017

Het tegenovergestelde van een mens (Lieke Marsman)


Als haar moeder zegt dat de mens door en door slecht is, bedenkt het meisje Ida dat zij het tegenovergestelde van een mens moet zijn, als zij goed wil zijn. In het eerste deel van de roman Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman wisselen hoofdstukjes over de volwassen Ida en het kind Ida elkaar af. Later in het boek wordt die structuur losgelaten.

De stukjes over het verleden geven wel zo'n beetje aan hoe het kind Ida is: ze denkt veel na over het leven en heeft een rijke fantasie. Dat typeert ook de volwassen Ida wel.

Ida is klimaatwetenschapper en heeft een relatie met Robin, die niet altijd gladjes verloopt. Robin en Ida zullen een tijdje uit elkaar moeten: Ida gaat in Italië deelnemen aan een project in de buurt van een stuwdam. 'Ik weet zeker dat ik weg wil, en toch weet ik ook zeker dat ik hier wil blijven.' Dat beseft Ida op de avond voordat ze naar Italië vertrekt. Het is typerend voor de manier waarop Marsman schrijft: de hoofdpersoon observeert zichzelf nauwkeurig en versimpelt niet: ze laat de tegenstrijdigheden bestaan.

Deel 1 van de roman heet 'Binnen blijven' en in deel 2 trekt Ida eropuit: 'The Great Outdoors'. We komen niet alleen te weten wat er gebeurt, maar vooral ook wat Ida leest en wat ze daarover denkt. Ze denkt niet alleen na over het klimaat, maar ook over haar geaardheid: ze heeft een vriendin, maar in hoeverre bepaalt haar dat? Ze analyseert hoe haar relaties verlopen, ook die met Robin:
Ik zou mijn grootste angsten kunnen overwinnen voor Robin als zij hetzelfde ook voor mij zal doen, maar mijn grootste angst is mogelijk dat dat laatste nooit zal gebeuren. 
De analyserende manier van waarnemen en van denken is heerlijk om te lezen: Marsman neemt je niet alleen mee in het verhaal, maar vooral ook in haar gedachten. Sommige gedeelten van de roman lees je dan ook als  een essay, andere als een gedicht. Het verhaal komt dan even tot stilstand, zou je kunnen zeggen, maar zo heb ik het als lezer niet ervaren. De verhaallijn volgt op dat soort momenten niet de gebeurtenissen, maar de gedachten en met die gedachten ga je als lezer gemakkelijk mee.

Dat wil niet zeggen dat Ida zo betogend en zo overtuigend is, maar ze stelt zichzelf vragen en wil daarop het antwoord weten. Zo'n zoektocht prikkelt ook de lezer: die wil het personage volgen in haar gedachtegang en tegelijkertijd meedenken en zichzelf vragen stellen. Ik heb dat als bijzonder prettig ervaren.

Er zijn heel wat prekerige boeken geschreven over klimaatverandering. Zelfs als je het met de strekking daarvan eens bent, kunnen die boeken toch irritatie opwekken vanwege de positie van de schrijver: die weet hoe het zit en die zal zijn of haar lezerspubliek wel overtuigen van de juiste visie. Zo werkt Marsman niet. Maar je voelt je betrokken bij wat ze schrijft, je vraagt je wel af hoe het allemaal verder moet en wat je zelf zou kunnen doen.

Ik denk dat het komt doordat de overpeinzingen over het klimaat afgewisseld met overpeinzingen over andere onderwerpen: of hoop en vrees elkaar uitsluiten of niet zonder elkaar kunnen bestaan; dat het een misverstand is dat bij tienerdepressies niets ertoe doet, maar dat dan juist alles ertoe doet; dat aan verlangen geen gemis ten grondslag ligt, maar een overschot.

De gewone dagelijkse dingen zijn nooit ver weg bij Ida. Rafael Nadal kan bestaan naast Naomi Klein en The world without us van Alain Weisman naast Home Alone. Alles is met alles verknoopt en de knoop is Ida en daarmee ook de lezer. In de individuele mens komt het persoonlijke en wereldwijde samen. Dat laat Marsman goed zien door de liefdesgeschiedenis van Ida en haar bekommernis om het klimaat door elkaar te laten lopen.

Er zullen wel punten zijn waarop Het tegenovergestelde van een mens anders of beter kan, maar dat is niet de manier waarop ik het boek gelezen heb. Ik vond het vooral prettig om me te laten prikkelen en tegelijkertijd te genieten van een schrijfster die weet wat ze met taal kan doen; die soepel de genres door elkaar gebruikt en die altijd, altijd, mijn aandacht weet vast te houden.

Het tegenovergestelde van een mens is niet alleen een boek om van te genieten tijdens het lezen, maar bovendien kun je er nog eens over napraten. Of samen met anderen lachen om sommige passages (als Ida denkt dat ze ongesteld is, bijvoorbeeld), want het boek heeft ook veel lichts.

Een boek om lang mee te doen. Dat is ook van belang in tijden waarin duurzaamheid een argument is.

vrijdag 18 augustus 2017

Het verboden boek (Ewoud Kieft)


Waarover Het verboden boek gaat, heeft de auteur, Ewoud Kieft, in de ondertitel duidelijkgemaakt: Mein Kampf en de aantrekkingskracht van het nazisme. Hij las het bekende boek van Hitler van kaft tot kaft en vroeg zich af hoe het kon dat er zoveel mensen enthousiast over dit boek geworden zijn. Als we het afdoen als een prul, stilistisch zwak, inhoudelijk incoherent, doen we het tekort. Er moet meer in te vinden zijn. In ieder geval was er iets in te vinden voor de toenmalige lezer.

En heeft Mein Kampf nu nog iets te zeggen? In discussies komt 'de oorlog' of Hitler of het Nazisme al gauw opduiken. De uitspraken van Donald Trump of Geert Wilders zijn wel met de werkwijze van Hitler vergeleken (bijvoorbeeld hier) en Wilders heeft op zijn beurt (zie filmpje) de Koran vergeleken met Mein Kampf en opgeroepen tot een verbod ervan.

Vooral in het laatste hoofdstuk van Het verboden boek bezint Kieft zich op wat hij gelezen heeft. 'Maar op eigen kracht denk ik niet dat het boek nog in staat is om mensen in zijn greep te krijgen. Daar is een enorme historische vertaalslag voor nodig, de juiste context, inzicht in de politieke strategieën uit die tijd.'

Daarom geeft Kieft ons uitgebreid de context. Het beeld dat hij oproept van de jaren na de Eerste Wereldoorlog is bijzonder verhelderend. Je begint te snappen wat voor tijd het was en hoe Hitler slim inspeelde op wat er al leefde. Alleen daarom is Het verboden boek het lezen waard.

Maar Kieft heeft ook Mein Kampf nauwkeurig gelezen. Hij laat zien hoe het boek bol staat van oorlogsromantiek, dat Hitler gebruikmaakt van religieus vocabulaire, hoe hij overdrijft en 'de vijand' veel groter maakt dan die is.

Vaak gaan vergelijkingen van nu met de tijd van Hitler mank, laat Kieft zien. Wat 'islamofobie' genoemd wordt is bijvoorbeeld van een andere orde dan het wijdverbreide antisemitisme uit het interbellum.

Maar hij schrijft ook:
Als je een nummer van Dabiq, het glossy magazine dat IS uitgeeft om aanhangers in westerse landen te ronselen, naast Mein Kampf legt, zijn de overeenkomsten overweldigend: de oorlogsromantiek, de verheerlijking van martelaarschap, de strijd van de underdog tegen een oppermachtige vijand, dezelfde complottheorieën over de Joodse wereldheerschappij. De combinatie van politiek en religie die Hitler in Mein Kampf bepleitte, past IS in de praktijk toe. Ze verkondigt de wederopstanding van een mythisch rijk dat ooit door onzuiverheid verloren is gegaan, en alleen met volledige zuiverheid te herstellen is. 
In discussies over Wilders en Trump hebben de vergelijkingen met Mein Kampf vaak weinig zin. Mensen gebruiken ze als een soort laatste argument en als teken dat ze zelf aan de moreel goede kant staan. Maar de manier waarop Wilders consequent weigert de islam een godsdienst te noemen, doet wel erg denken aan de manier waarop Hitler de joodse godsdienst ontkende. Terecht maakt Kieft zich boos op de manier waarop partijen als VVD en CDA dat tornen aan de godsdienstvrijheid laten gebeuren.

Maar we zijn te gemakzuchtig als we Mein Kampf toeschuiven naar de mensen met wie we van mening verschillen. Het is een boek vol verschrikkelijke dingen, waarmee wij gelukkig niets te maken hebben. Kieft houdt nadrukkelijk zichzelf niet buiten schot. Mein Kampf staat dichter bij ons dan we zouden willen. In Hitlers tijd waren veel mensen erg enthousiast over zijn boek. We kunnen niet op voorhand uitsluiten dat wij, als wij toen geleefd zouden hebben, tot die groep behoord zouden hebben.

We kunnen ook nu zien hoe gevoelig mensen zijn voor veralgemeniseringen. Politici claimen dat ze weten wat Nederlanders (of 'de hardwerkende Nederlanders') willen. Kieft zegt zinnige dingen over dat soort populistische retoriek:
Als een politicus claimt dat hij het gehele volk vertegenwoordigt, houdt dat automatisch in dat alle mensen die het niet met hem eens zijn, buitenstaanders worden: de 'kosmopolitische elite', de 'internationale media', de 'moslimknuffelaars'- allemaal vijanden van het volk. Het wakkert verdeeldheid aan en soms geweld. Maar het belangrijkste bezwaar is veel simpeler: het is niet waar. Geen enkele samenleving is homogeen. Houd op met ons voor de gek te houden.
Wat me verraste aan Mein Kampf is dat het zo transparant is over de middelen die ingezet worden. Dat Hitler bijvoorbeeld uitlegt dat je niet genuanceerd moet zijn en één vijand moet kiezen. Hij legt zijn werkwijze helder uit en zal later ook op die manier handelen.

Het is belangrijk dat we nu weten waar Mein Kampf echt over gaat en waarom het begrijpelijk is dat het succes heeft gehad. Nog belangrijker is dat Het verboden boek ons laat nadenken over onze tijd en vooral ook over onszelf.

Een beetje frikkerig wil ik toch op een klein foutje wijzen. De grap van Hans Teeuwen ('De mensen praten wel over de Joden en zo, terwijl die Duitsers - nou, dat waren ook geen lieverdjes, hoor') vertelt hij net andersom, waardoor het helemaal geen grap meer is. Het is maar een vliegenpoepje in verder uitstekend boek: helder geschreven over een belangrijk onderwerp. Misschien moet ik Oorlogsenthousiasme ook maar gaan lezen.


Het verboden boek is uitgegeven door Atlas/Contact.

woensdag 16 augustus 2017

Wie zoet is, krijgt lekkers (Knipoog 66)


Gewoonlijk sla ik bij de NRC het katern Lux over. Even doorbladeren en dan naast je neerleggen. In de krant van 29 april 2017 viel me toch iets op. Er stond een artikel in van Karin de Mik over de groeiende vraag naar schapenmelk. Er blijkt zelfs als schapenyoghurt geproduceerd te worden. Boven het artikel staat de titel 'Wie zoet is drinkt schaap'.

Dat is een duidelijke knipoog naar 'wie zoet is, krijgt lekkers'. Dat wordt ons toegeroepen door de lachende knecht in het sinterklaaslied 'Zie ginds komt de stoomboot': 'Wie zoet is, krijgt lekkers, wie stout is de roe'.

Het stoombootlied is erg bekend. Er is dus ook vaker geknipoogd naar het lied en meer in het bijzonder naar de regel die vertelt wat er gebeurt met 'wie zoet is'. Zo schreef A.H.J. Dautzenberg de roman Wie zoet is. In de roman verwijzen ook de afdelingstitels naar sinterklaasliedjes: 'Appeltjes van Oranje', 'Pruimpjes van de bomen', 'Sinterlaas zal komen', 'Wie stout is'.

Wat krijgt wie zoet is, of wie stout is, volgens de knipogen? 'Wie zoet is, krijgt alles', volgens een hit. Maar meestal is het toch iets eetbaars. Wat voor lekkers de zoeteling krijgt? Chocolade (hier), gomlullen (hier), letters, hartigs, een riviervrucht of simpelweg een traktatie.

Niet alleen wordt er lekkers weggegeven, maar ook: de leukste schoencadeaus voor stoere jongens (hier), gaatjes (hier), warme voeten, ADHD en gadgets.

Het is trouwens geen uitgemaakte zaak dat je wat krijgt, als je zoet bent: 'Wie zoet is, moet dokken (hier).

Wie zoet is, krijgt lekkers, wie stout is de knuppel, volgens Dumpert. Wat krijgen stouteriken nog meer? D'r moeRitalinnog veel meer, de poes, Jan Roos, een Hema-taart, gedoe, een Digiblast of celstraf.

Het is niet verwonderlijk dat een lied dat aangeleerd wordt aan veel kinderen breed verspreid is en dat je daar dus gemakkelijk naar kunt knipogen. Wat hierboven staat is slechts een kleine greep. Zolang er sinterklaasliedjes gezongen worden, zal dat nog wel doorgaan. De auteur van het artikel over schapenmelk heeft dat goed begrepen.

dinsdag 15 augustus 2017

'Maar zo heb ik het geleerd!' (Wouter van Wingerden)


'De waarheid achter 50 taalkwesties' - zo luidt de ondertitel van het boekje 'Maar zo heb ik het geleerd!' van Wouter van Wingerden. Je vraagt je wel meteen af of die '50' dan niet 'vijftig' had moeten zijn. Maar die kwestie wordt niet behandeld.

Van Wingerden, een taalautoriteit, deed onderzoek naar wat de taalgebruikers acceptabel vinden en wat ze mooi vinden in bepaalde taalkwesties. Bij elke kwestie vergelijkt hij de uitkomst van dat onderzoek met wat de experts erover zeggen, hij legt uit hoe het volgens hem echt zit en op grond daarvan komt hij tot een advies.

Er blijken nogal wat schoolmeesterregels te bestaan: regels die onderwezen worden, maar die ingaan tegen ons taalgevoel en soms ook ingaan tegen de officiële regels. Van Wingerden adviseert om taalgebruikers niet meer volgens die regels te beoordelen.

Daarbij zijn er nogal wat waarvan een gemiddelde taalgebruiker zal zeggen, met opgetrokken wenkbrauwen: 'Maar zo heb ik het geleerd!'  De volgende zinnen kun je tegenwoordig zonder problemen gebruiken, volgens Van Wingerden: 'Ik heb hen iets beloofd'; 'De reizigers worden verzocht uit te stappen'; 'Een aantal mensen applaudisseren'; 'De man waarvan ik veel geleerd heb'; 'Het is glad omdat het geijzeld heeft'; 'Ik wens je een hele fijne vakantie'.

'Groter als' is nog steeds niet goed. 82 procent van de geënqueteerden merkt dat aan als fout. In het dialect waarin ik opgroeide zei iedereen 'grötter as'. Daardoor ga ik met dit soort constructies in de standaardtaal geregeld in de fout. De experts tillen aan deze fout overigens minder zwaar dan het gros van de taalgebruikers.

'Maar zo heb ik het geleerd! is een heerlijk boekje. Het is compact en helder en het gaat over zaken die iedereen herkent. Als frik werd ik erdoor verschillende keren op de vingers getikt, wat ik deemoedig heb ondergaan. Een enkele keer heb ik toch wijsneuzerig een streepje in de kantlijn gezet.

In de kwestie 'we/wij' schrijft Van Wingerden ook over het bezittelijk voornaamwoord: 'me boek' mag niet. 'Vind je mijn te nadrukkelijk, schrijf dan m'n', adviseert Van Wingerden, wat ik een vreemd advies vind. In een zin als 'Daar loopt mijn moeder' spreek je volgens mij het bezittelijk voornaamwoord niet anders uit dan in 'Daar loopt m'n moeder'. 

Bij de kwestie 'Is een gijzelaar dader of slachtoffer?' noemt Van Wingerden 'winnaar' en 'leraar' als voorbeeld: 'iemand die wint', 'iemand die leert'. De rij is gemakkelijk uit te breiden: 'moordenaar', 'lasteraar', 'onderhandelaar'. Ik heb zelfs al eens iemand het woord 'verliezaar' horen gebruiken. Maar we hebben ook 'martelaar', waarbij iemand niet martelt, maar gemarteld wordt. Tenminste, ik vermoed dat dat het oorspronkelijk betekend heeft. De persoon ondergaat in ieder geval de handeling en dat betekent dat 'gijzelaar' niet uniek is.

Bovendien heb ik enkele keren de woorden 'gegijzelden' en 'gijzelnemer' gehoord, die het misverstand omzeilen. Die woorden hadden wel even genoemd mogen worden, denk ik.

Een enkele keer geeft Van Wingerden een ongelukkig voorbeeld. Om te illustreren dat bij de woordgroep 'twee koppen koffie' zowel 'koppen' als 'koffie' de kern kan zijn geeft hij de zinnen 'Er staan twee koppen koffie op tafel' ('koppen' is kern) en 'Twee koppen koffie is genoeg' ('koffie' is de kern). Dat laatste voorbeeld is niet correct. We kunnen immers ook zeggen: 'Twee koppen suikerklontjes is genoeg' of 'Twee suikerklontjes is genoeg'.

De noten zijn niet opgenomen in het boekje. Daarvoor moet je naar een website. Misschien komt dat de leesbaarheid ten goede. Het betreft hier vaak de herkomst van de citaten die Van Wingerden ter illustratie geeft. Maar die informatie had waarschijnlijk ook in het onderschrift gekund. In plaats van 'Een krant hing er in 1952 zelfs een heel artikel aan op' had ook de exacte datum en de naam van de krant genoemd kunnen worden.

Soms wordt er in een onderschrift ineens een verregaande conclusie getrokken. In een berichtje met 'Een millioen menschen zullen' in de kop krijgt als onderschrift 'In 1926 was het meervoud veel gebruikelijker dan het enkelvoud'. Daar wordt geen onderbouwing voor gegeven.

Maar dat zijn kleinigheden, die ook niet helemaal recht doen aan het boekje. Van Wingerden is zeer overtuigend, juist door zijn helderheid, die ook blijkt uit zijn voorbeelden. Meningen die ik jarenlang heb aangehangen, heeft hij ernstig ondergraven. En dat is nog prettig ook.

Aan 'Maar zo heb ik het geleerd!' heb ik veel gehad. Ik ga nog een paar exemplaren aanschaffen om weg te geven.

maandag 14 augustus 2017

Geraakt (Hans Münstermann)



De roman Geraakt, van Hans Münstermann, begint met iets wat eruitziet als een gedicht. Aanvankelijk stond dat me niet zo aan. Niet alleen vind ik het gecentreerd afdrukken van gedichten nogal lelijk, ik vond het ook als gedicht niet zo sterk. Maar toen ik na lezing van de roman de eerste afdeling (het gedicht dus) nog eens las, moest ik toegeven dat de roman samenkomt in die gedichtachtige tekst.

In het tweede deel begint het verhaal: Andreas Klein, het vaste alter ego van Münstermann, heeft het plan om een novelle te schrijven over de blueszanger Robert Eden, die hij ooit in de trein ontmoette, maar er zijn allerlei zaken om hem heen die zijn aandacht vragen. Zijn schoonvader moet een heupoperatie ondergaan en daarbij gaat wat mis, er bivakkeren Koerden op het Museumplein in Amsterdam en in het Rijksmuseum wordt een paneel van Jan van Scorel, Maria Magdalena, beschadigd. En dan is er nog de uitgever die niets ziet in het plan van Klein, maar meer in een biografie van Harry Piekema en de Avezaatjes die uit elkaar zijn of gaan.

Het is een verwarrende tijd. Wat er met zijn schoonvader gebeurt, maakt Klein voornamelijk van op een afstand mee: zijn vrouw is bij haar vader, in het oosten des lands en het grootste deel van het verhaal is Klein in Amsterdam. Het komt dichtbij, net als de Koerden die in de open lucht bivakkeren en om wie hij niet heen kan kijken, Geert Wilders die altijd weer zijn voorspelbare commentaar geeft en het vriendelijke gedram van de uitgever.

En toch wordt Klein vooral geraakt door Robert Eden en zijn verhaal. Het gaat niet goed met Eden, vertelt die door de telefoon, wat Klein nog meer de urgentie van het schrijven van de novelle doet voelen, ondanks dat de uitgever niet enthousiast is. Dat verhaal vormt de derde afdeling van Geraakt.

Je zou die afdeling als zelfstandige novelle kunnen lezen. Daarna is er niet meer een tekst die verband aanbrengt tussen alle delen van de roman. Dat is eigenlijk al gebeurd in de gedichtachtige tekst in afdeling 1. En misschien moeten we concluderen dat er domweg geen verband is.

De dingen zijn er en gebeuren en het liefst maken we er een verhaal van. We zouden graag een verband zien, zodat we het kunnen snappen, maar wellicht is zo'n verband er niet. Andreas wordt geraakt door de gebeurtenissen om hem heen, maar wellicht is hij het enige wat die gebeurtenissen verbindt. Wat hij daartegenover kan zetten is het verhaal, dat begint met een toevallige ontmoeting (met Robert Eden) en dat gaat over een toevallige ontmoeting (van Robert Eden met het meisje Louise).

Het verhaal over Eden is prachtig. Je laat je als lezer, net als Robert Eden, meeslepen. Aanvankelijk gebeurt er helemaal niets: Eden zit tegenover Louise in de trein. Maar in het hoofd van Eden is het verhaal al begonnen en dat gaat in alle hevigheid verder als hij haar buiten de trein opnieuw ontmoet. Over dat verhaal ga ik niet al te veel zeggen, maar het is subtiel geschreven: een noodlottige liefde waar uiteindelijk niets van kan komen.

Het is al in 1977 gebeurd, maar het is Eden bijgebleven. Hij vertelde het aan Klein in 1992 op een manier alsof het de dag ervoor gebeurd was en Klein vertelt het weer aan ons en weer lijkt het allemaal dichtbij.

Misschien is dat ook het enige wat er gedaan kan worden bij alle onrust om ons heen: verhalen vertellen, kunst maken. Wie geraakt wordt door een verhaal, is even weg bij de dagelijksheid en de alledaagsheid. Het subtiele verhaal staat in schril contrast met het commentaar van Geert Wilders, die op zijn manier ook een verhaal vertelt om mensen daarin mee te nemen. De tekening van Wilders is overigens zeer vermakelijk. Dit is bijvoorbeeld het commentaar van Wilders op de aanslag op het paneel van Jan van Scorel:
'Jaja,' zei hij, tegen zijn gewoonte gast in een late night-programma, 'het Rijksmuseum is goed beveiligd, maar niet goed genoeg. Zoals dit héle land zichzelf abominabel beveiligt. Het kan de autoriteiten geen donder schelen. Straks is het De Nachtwacht',' en hij liet even een eerbiedige stilte vallen. 'In een normaal land is zoiets onmogelijk. Want het gaat hier, laten we onszelf niks wijsmaken, om de beschadiging van een heel land. Loopt u eens over het Museumplein naar ons Rijksmuseum. Dit plein is gekoloniseerd door een troep Koerden en moslims.
Even later zal Wilders Nederland zelfs 'dit wilde kalifaat' noemen. Een ander humoristisch personage is Guido van Halst, een paragnost, die vindt dat hij ingeschakeld moet worden bij het onderzoek naar de beschadiging van het werk van Van Scorel.

Dit soort luchtigheden, houdt Geraakt mooi in evenwicht, zoals het leven waarschijnlijk altijd een mix zal zijn van luchtige en ernstige zaken, van wat verheven is en van wat alledaags is. Dèr Mouw schreef er al over: 'Als zij me geeft mijn bordje havermout, / En 'k zie, haar vingertoppen zijn gespleten, // Dan voel ik éénzelfde adoratie branden /Voor Zon, Bach, Kant, en haar vereelte handen.'

Die mix maakt Geraakt heel goed verteerbaar. Maar met welk gevoel voor ironie we het boek ook lezen, uiteindelijk worden we voluit geraakt door het derde deel. Mooi, mooi. Lezen!

Geraakt is uitgegeven bij uitgeverij De Kring

Hier een interview met Münstermann bij Nooit meer slapen.

vrijdag 11 augustus 2017

Mister Blueberry / Schauduwen over Tombstone (Giraud / Charlier)



Het zal mijn bevooroordeelde blik wel zijn, maar ik vermoed dat westernstrips voornamelijk door jongens/mannen worden gelezen. In mijn jeugd waren het vooral de jongens de cowboytje speelden. Wij lazen de strips over Old Shatterhand en Winnetou in Sjors, we vroegen delen van de series over Arendsoog en Buffalo Bill voor onze verjaardag en we kochten de boekjes over Kid Colt en Rawhide Kid. Het was een wereld van helden en schurken.

Intussen is de wereld minder overzichtelijk geworden: de helden zijn kwetsbaar geworden en we hebben allemaal al eens kennisgemaakt met het kwaad, waardoor we ook iets van de schurk in ons herkennen.

Het strippersonage Blueberry heeft vanaf het begin iets van het dubbele in zich gehad. Natuurlijk is hij een held, maar hij is ook kwetsbaar en hij leidt een ruig leven, waarin hij de drank niet schuwt. Dat is niet altijd in zijn voordeel. Maar elke lezer sluit deze ongepolijste vrijbuiter in zijn armen.

Zoals zo'n beetje elke stripreeks van belang wordt de reeks Blueberry integraal heruitgegeven en als dat bij Sherpa gebeurt, gebeurt dat ook mooi. Onlangs zijn de eerste twee delen van de cyclus Mister Blueberry gepubliceerd: gebonden, groot formaat, linnen rug, losse prent met de omslagillustratie, beperkte oplage (en daarbinnen nog een aantal genummerde exemplaren). Helemaal af. Het eerste deel heet, net als de cyclus, Mister Blueberry, het tweede Schaduwen over Tombstone.

Voorop staan de namen van Jean Giraud en Jean-Michel Charlier. Giraud is de meestertekenaar die we ook kennen onder de namen Moebius en Gir. Charlier kennen we vooral als auteur (hoewel hij, zeker in het begin van zijn carrière, ook tekende), maar voor zover ik weet, was hij al overleden toen Mister Blueberry ontstond. Wat zijn bijdrage aan deze twee albums is, is niet duidelijk. Ik kan mij wel voorstellen dat de uitgever vindt dat de naam Charlier sowieso op een album van Blueberry hoort, of hij er nu aan meegewerkt heeft of niet.

Voor deze uitgave is het tekenwerk opnieuw gescand. De tekeningen zijn niet ingekleurd, wat nog meer uitnodigt om de tekeningen nauwkeurig te bekijken. Gevolg is ook dat hier en daar potlood- en gumsporen te zien zijn of dat je kunt zien hoe er stukjes opnieuw zijn ingeplakt. Je hebt het idee dat je over de schouder van Giraud meekijkt als hij aan het tekenen is.
Het bovenlichaam van de ruiter is overgeplakt
In de cyclus Mister Blueberry treffen we Blueberry aan in het plaatsje Tombstone als professionele pokeraar. De bekende namen uit het wilde westen komen we ook in deze cyclus tegen, bijvoorbeeld Wyatt Earp (en zijn broers), Doc Holiday en, op de achtergrond, Geronimo, de beroemde Apachenleider. Een groep boeven overvalt een zilvertransport en probeert dat in de schoenen te schuiven van Geronimo.

In Tombstone heeft sheriff Virgil Earp zijn handen vol aan een groep cowboys die maar moeilijk onder controle te houden zijn. Uit de geschiedenis en diverse films weten we al hoe dat af zal lopen, maar we willen het elke keer weer opnieuw lezen.

Blueberry, die het al in het begin van de serie zwaar voor de kiezen krijgt, wordt bezocht door een journalist die alles van hem wil weten. Uiteindelijk vertelt hij wat hem een tijd geleden is overkomen, waardoor er een raamvertelling ontstaat: het door Blueberry vertelde verhaal binnen het verhaal over de gebeurtenissen in en om Tombstone.

Ook uit deze delen blijkt weer eens wat een fantastisch tekenaar (1938 - 2012) Giraud was. Gezichtsuitdrukkingen, een soepele manier van bewegen door de personages, fraaie detailleringen in de grote tekeningen, humor, spanning, emotie - het is allemaal te vinden in deze delen. De tekeningen maken de indruk dat ze moeiteloos gemaakt zijn, wat niet het geval zal zijn. Wie de boeken inkijkt wil ze hebben en zal ze dus kopen.

Titels: Mister Blueberryi en Schaduwen over Tombstone
Auteurs: Jean Giraud en Jean-Michel Charlier
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2017, 48 blz. hardcover, linnen rug, losse prent; € 39,95

woensdag 9 augustus 2017

En we noemen hem (Marjolijn van Heemstra)


Wat weet een mens van zijn drijfveren? Altijd minder dan hij denkt, vermoed ik. Waarom kocht ik bijvoorbeeld En we noemen hem van Marjolijn van Heemstra? Ik weet bijna zeker dat ik een interview met haar beluisterd heb, maar ik kan het niet meer terugvinden. Misschien heb ik een recensie gelezen? In ieder geval zag ik het liggen in de boekhandel en nam het bijna zonder twijfel mee. Vreemd, want ik heb nooit eerder iets van Van Heemstra gelezen. Maar goed, zo gaan dingen blijkbaar.

In En we noemen hem is er een 'ik' die voor een groot deel samenvalt met de schrijfster. Ik ben maar zo vrij haar dan ook zo te noemen. Van Heemstra had ooit iemand in de familie die Bommenneef genoemd werd. Op 5 december 1946 bezorgde hij, als een na-oorlogse verzetsdaad, een bommetje bij een 'landverrader'. Eigenlijk was het geen neef (hij groeide aan de familiestamboom aan een tak die wat verder weg was), maar het was een mooi verhaal, dat de schrijfster graag vertelde als iemand haar vroeg naar de ring die ze droeg. Ze kreeg die op haar achttiende van haar oma en het was de ring van Frans, de bommenneef.

In het nu van het boek is ze zwanger. De hoofdstukken tellen af naar het moment van bevallen, zoals een bom tikt om af te gaan. Van Heemstra heeft een deadline: als ze bevalt, zal ze moeten weten of ze haar kind (ze weet al dat het een zoontje is) zal noemen naar Frans. Maar dan moet ze wel weten hoe dat nu gezeten heeft met die bom en wat Frans voor iemand was. Ze gaat op zoek.

En we noemen hem doet verslag van die zoektocht. En van de zwangerschap, want die twee dingen zijn met elkaar verbonden. Tegelijkertijd krijgen we een reflectie op het construeren van het verhaal. Van Heemstra maakt duidelijk dat ze dingen heeft aangepast, omdat dat nodig was voor het verhaal. Bij het ontrafelen van een mythe, worden er nieuwe mythes geschapen, want we kunnen niet zonder. We leven in verhalen en ook het kind dat geboren wordt, komt in een verhaal terecht.


Het nieuws: algemeen dagblad 6 december 1946
De zoektocht van Van Heemstra is zonder meer boeiend. We willen wel weten hoe het zit met Bommenneef, zeker als blijkt dat het niet zomaar een bommetje is dat hij bezorgde en dat niet alleen de beoogde landverrader slachtoffer is geworden. Steeds dieper kruipt de schrijfster in het leven van de 'neef' en later ook van de slachtoffers. Je vraagt je af of de precieze waarheid ooit boven water zal komen.

Daarnaast volgen we het verhaal van de zwangerschap, met alles eromheen: de echo's, de hoge bloeddruk, de bevalling. En hoe zal het kind gaan heten?

Van Heemstra schrijft helder en ze maakt vaak fraai gebruik van beeldspraak: 'Al vanaf de uitslag van de zwangerschapstest ben ik aangesteld als projectmanager van deze onderneming. D is hooguit een enthousiaste werknemer die naar eigen inzicht in- en uitklokt.' Dat leest bijzonder prettig.

Maar dat is niet de voornaamste verdienste van het boek. Door te duiken in het familieverhaal, realiseert ze zich hoe de familiegeschiedenis gewerkt heeft en nog werkt. Ze vond het altijd prettig om te geloven in een neef die het kwaad bestreed. Rechtvaardigheidsgevoel is iets moois, immers. Het is bijzonder lastig om afscheid te nemen van het verhaal waar je altijd in geloofd hebt. Eigenlijk is het bijna niet te doen. Het enige wat je kunt doen is het maken van een nieuw verhaal, dat dichter bij de waarheid ligt.

We zouden het liefst hebben dat er een objectieve, feitelijke waarheid bestaat, die we kunnen controleren, waarover we het eens kunnen zijn. Zo'n waarheid is een illusie, blijkt ook maar weer eens uit En we noemen hem. We leven in verhalen en zelfs tegen beter weten in. We hebben de troost van verhalen nodig. Door de ordelijkheid ervan kunnen we de illusie in stand houden dat we overzicht hebben over ons leven en wellicht zelfs over het leven.

Er staat geen 'roman' op het titelblad van En we noemen hem. Er zijn argumenten voor de bewering dat het boek dat ook niet is: het is immers in hoge mate gebaseerd op de werkelijkheid. Maar net als bij Bregje Bleeker worden we wel een verhaal in gezogen en daarmee is het voor de lezer wel een roman. Nu ik dit typ, bekruipt me de gedachte dat in deze redenering bijna alles een roman is. Dat moet dan maar.

Lezen - dit boek! En we noemen hem is een luchtig boek dat tegelijkertijd ernstig is. Een onweerstaanbare combinatie.

En we noemen hem is uitgegeven door Das Mag.

dinsdag 8 augustus 2017

Bella (Joost Vandecasteele/Jeroen Los)


Vergeleken met de gemiddelde roman heeft Bella veel illustraties, vergeleken met een graphic novel heeft het veel tekst. Joost Vandecasteele (tekst) en Jeroen Los (tekeningen) hebben een soort mengvorm gemaakt. Dat betekent dat er passages zijn waar Bella aandoet als een geïllustreerde roman, in andere passages is Bella eerder een strip.

Vandecasteele heeft de ambitie om literatuur weer spannend te maken, lezen we achter op het boek. Daarom is het ook ontstaan als 'een luidop voor te lezen boek'. Dat is ook wel te merken. Het begin:
Ze...
Ze zeggen zoveel.
Ze zeggen dat we niks meer te zeggen hebben. Ze zeggen dat we geen grote verhalen meer vertellen.
Ze zeggen dat we in niks meer geloven. Ze zeggen dat anderen in het verkeerde geloven, maar vooral dat in niks geloven ongelooflijk klote is.
Ze zeggen dat het nog nooit zo slecht is geweest.
Ze zeggen dat we het nog nooit zo goed hebben gehad.
Ze zeggen dat de minderheid met te veel is.
Ze zeggen dat de meerderheid met te weinig is.
Ze zeggen dat we eindelijk in de toekomst leven maar dat vroeger beter was.
Achter gezien: op het moment zelf voelde vroeger even vreselijk.
Ik kan dat weten, want ik was erbij toen.
#ikhebdemillenniumbugoverleefd.
Ze zeggen dat de kiezer altijd gelijk heeft,
behalve als de kiezer hun ongelijk geeft.
Ze zeggen dat alles al gezegd is.
Maar ze zeggen zoveel.
Daarmee heeft Vandecasteele wel meteen een 'vertelstem' te pakken. In de tekeningen zien we een man (die uiterlijk op de schrijver lijkt) die als een vlogger deze tekst uitspreekt. Hij bevindt zich in een vervallen vertrek, met een stoel onder de deurkruk, zodat hij niet gestoord kan worden.

De toon is gezet in het begin: de verteller geeft weer wat 'ze' zeggen. Veel dingen zijn veranderd vergeleken met vroeger en het is niet goed nu. Hoe is dat zo gekomen? In Bella geeft Vandecasteele verschillende mogelijkheden. Een nieuw stukje begint steeds met 'Ze zeggen dat alles veranderde op een' en dan wordt er een dag van de week genoemd.

Het boek speelt zich af in een toekomst. Er zijn ruimtewezens geland op aarde; er loopt een superduper snelweg om de aarde, ter hoogte van de evenaar; oorlog wordt nog alleen door kinderen gevoerd. Tegelijkertijd speelt het in het nu. Stephen Hawking houdt bijvoorbeeld een lezing.

Het is duidelijk dat Bella bol staat van de satire, waarbij elementen uit onze samenleving worden uitvergroot. Met veel vertelplezier fantaseert Vandecasteele over de opwarming van de aarde, internetporno, de rol van vaders in een gezin; het gebruik van medicijnen; het rondlopen met een koptelefoon op.

Daartussendoor loopt Bella, een meisje dat zich in haar eentje moet zien te redden. Uiteindelijk blijkt zij (of liever: haar zoon) van beslissende invloed is geweest op de veranderingen die zich hebben voltrokken.

Bella was duidelijk nodig om een verhaallijn in het boek te krijgen, maar die verhaallijn is nogal dun. De verhaalloop aan het eind (Bella's zoon heeft een tijdsprong gemaakt, waardoor hij zowel in het nu als in de toekomst leeft) heeft veel weg van een noodgreep, een deus ex machina waardoor er een eind aan het verhaal kan komen.

Bella bevat fraaie passages, bijvoorbeeld over De Grote Twijfel. (Aangezien Bella, net als de gemiddelde strip geletterd is in kleine kapitalen, heb ik hoofdletters toegevoegd naar eigen goeddunken).
De Grote Twijfel is niet ontstaan omdat er er geen zekerheden in het leven waren, maar omdat alle feiten zo weinig voorstelden in vergelijking met alles wat we nog niet wisten, zodat vooruitgang steeds meer aanvoelde als steeds minder weten, en dat zou niet mogen. De immense twijfel werd een infectie en niemand wist nog hoe of wat. Mensen begroetten elkaar niet meer met 'Hallo', maar met 'Eeuhm'.
 Of de passage over het verdwijnen van de seks: 'Baby's werden gekweekt in labo's en alle fysieke seksuele onderdelen verdwenen.' Maar dan wordt er de dikste BMW ontwikkeld, ook al zegt de verteller dat ze zeggen dat dat toeval was. Het verband is intussen mooi gelegd.

Zo zijn er meer amusante of tot nadenken stemmende passages te noemen, maar het blijven losse passages. De onderdelen blijven iets toevalligs houden, het grote verband ontbreekt, er is geen dwingende lijn. Het levensverhaal van Bella is daarvoor te schriel. Dat is jammer en het zorgt ervoor dat ik Bella niet zonder reserve een goed boek noem. Maar op deelniveau heeft het aardig wat interessants.

De tekeningen van Jeroen Los zijn uitgevoerd met alleen blauw als steunkleur. In zijn tekeningen zijn invloeden te zien van onderling zeer verschillende tekenaars, zoals Charles Burns en Kim Duchateau. Veel gezichten zijn uitdrukkingsloos, maar dat past ook wel bij het verhaal. Ze vormen een fraai onderdeel van Bella.

Bellla is uitgegeven door uitgeverij Lebowski.
 Teaser

Door Joost Vandecasteele voorgelezen fragment over egoïsme