zaterdag 7 januari 2017

Van dode mannen win je niet (Walter van den Berg)


In mijn lijstjes van de afgelopen jaren, ook in de lijstjes van de niet gelezen boeken, komt Walter van den Berg niet voor. Ja, ik wist dat Van dode mannen win je niet (2013) goede recensies kreeg en, ja, ik heb in mijn hand gestaan met Schuld (2016). Niet gekocht, niet gelezen.

Maar een tijdje geleden zag ik Van dode mannen win je niet ergens voor een paar euro liggen. Niet kopen was niet mogelijk. Na een paar weken was niet lezen ook niet mogelijk. En nu is het mij onmogelijk om mijn oordeel over het boek voor me te houden: goed boek.

De hoofdpersoon is een charmante man. Zo'n man die met een goede pan hachee aankomt, omdat een vrouw onderhand wel eens aan een goede maaltijd toe is. Of die een crossfiets uit elkaar haalt en zwart spuit, met mooie vlammen, zodat haar zoon kan pronken met zijn fiets.

Maar de man is ook gewelddadig als de dingen niet helemaal zo gaan als hij wil en zeker als hij gedronken heeft en nog meer als hij veel gedronken heeft en slangen ziet. Hij heeft een feilloos gevoel voor opmerkingen die tegen hem gemaakt worden. Zit daar een zeker voorbehoud in? Klinkt er angst in door? Hij zal de ander er meteen mee confronteren.

Een scène twee dagen nadat hij zijn vriendin geslagen heeft:
Ze sliep veel, alsof ze ziek was, alsof ze iets had, en ik liet haar haar gang gaan. Ik bracht haar koffie, de ochtend van de tweede dag nadat het gebeurd was. Gaat het? vroeg ik.
Het gaat, zei ze met een lachje.
De zon schijnt, zei ik. Misschien kunnen we zo een rondje gaan rijden.
Ze keek door het raam. Op straat hoorden we de buurjongetjes. Misschien, zei ze.
Niet als je geen zin hebt.
Ze zat rechtop in het bed, haar handen om de kop koffie. Ze zei dat ze dat een beetje eng vond.
Hoe bedoel je?
Zeggen of ik iets wel of niet wil. Ik geloof dat het eergisteren zo ook een beetje mis is gegaan. Ze lachte weer.
We hebben het uitgepraat, zei ik. Ik vind het niet zo leuk dat je er nu dan weer over begint.
Sorry, zei ze. Ik ben gewoon heel erg van je geschrokken.
Ik keek naar de grond. Ik vind dat een beetje als een steek onder water klinken, zei ik.
Sorry, zei ze maar - sorry. 
Een verschrikkelijke en dus prachtige dialoog. In zo'n kort, kaal zinnetje als 'Ze lachte weer' proef je het ongemak dat achter het lachje schuilgaat. De vrouw is geslagen, maar de man voelt zich slachtoffer. Hij is grootmoedig: brengt haar koffie en vraagt hoe het gaat en zij geeft steken onder water. Zo voelt hij het, zo rationaliseert hij.

Voor een deel komt zijn gewelddadigheid voort uit onmacht. Zijn vriendin Dimphy is weduwe en hij voelt dat hij van haar man, die immers de echte vader van haar zoon Wesley is, nooit zal kunnen winnen. Hoe goed hij zijn best ook doet, hij zal altijd tekortschieten.

Maar zijn tekortschieten zit niet in het zijn best doen, maar in de keren dat hij alles vergeet en naar geweld grijpt. Dat doet hij trouwens ook voor de lol. Als hij gedronken heeft, heeft hij ook gewoon zin om te vechten.

Hij weet dat hij onberekenbaar is en dat hij een gevaar voor zijn omgeving is. Zelfs dat gebruikt hij als argument tegen Dimphy. In het hele boek richt hij zich overigens tot Wesley.
Je moeder vroeg die avond waarom dat nou zo moest met die jongens op straat, en voor haar deed ik mijn ringen af.
En ik vroeg haar toen: wat ben je voor moeder als je mij in je gezin toelaat? Wat ben je voor moeder?
 Als hij haar dat verwijt maakt, slaat hij haar. Van den Berg vertelt dat niet, maar hij vermeldt wel dat de man zijn ringen afdoet. Zelfs dat zal de man nog als een gunst of misschien wel een daad van liefde zien. Hij slaat haar niet met zijn ringen om.

Als alles al achter de rug is, probeert hij contact te houden met Wesley. Die programmeert intussen computerspelletjes die door anderen wel als 'ziek' gekenschetst worden. Ze hebben allemaal een autobiografische achtergrond. De man is het monster dat je als speler moet zien te ontlopen.

Misschien is het boek een zelfrechtvaardiging. Een poging om te laten zien hoe hij zijn best doet een goede partner en goede vader te zijn. Dat heeft iets aandoenlijks. Maar tegelijkertijd weet je dat het helemaal niet deugt. Dat deze man altijd gevaarlijk zal zijn. Dat hij niet zal leren van wat hij gedaan heeft en dat hij altijd nieuwe slachtoffers zal maken.

Ik was meteen verkocht, toen ik Van dode mannen win je niet even aan het lezen was. Het boek heeft een duidelijke vertelstem. Je hoort de man praten. Hij kan naast je aan de bar zitten of tegenover je in de huiskamer. En heb je nu werkelijk zitten knikken terwijl hij aan het woord was? Heb je werkelijk met hem meegeleefd? Ja, ook dat. Verwarrend.

Het is duidelijk. Ik zal ook ook Schuld moeten gaan lezen. Daarover later dit jaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen