dinsdag 18 juli 2017

Een lamp voor mijn voet (Liesbeth Labeur)



Liesbeth Labeur is beeldend kunstenaar: ze heeft veel tekeningen gemaakt en daarnaast waren er installaties, projecten, filmpjes, een beeldroman. Zowel uit de titels als uit de inhoud van haar kunstwerken is duidelijk dat Labeur een orthodox christelijke achtergrond heeft. Die is zo met haar verknoopt, dat ze niet anders kan dan die onderzoeken.

Dat onderzoek kan niet zonder taal. In het bevindelijke christendom is de tale Kanaäns namelijk de geheimtaal waarin men kan communiceren. Het zijn vaststaande uitdrukkingen die meer inhouden dan hun letterlijke betekenis, afgewisseld met bijbel- en psalmcitaten.

In veel van Labeurs werk speelt die taal een rol. Maar nog nooit heeft ze zoveel taal gebruikt als in de roman Een lamp voor mijn voet.

De titel verwijst naar Psalm 119: 53
Uw woord is mij een lamp voor mijnen voet,
mijn pad ten licht om ’t donker op te klaren.
Die tekst is in het boek opgenomen als motto, met dien verstande dat de eerste vier woorden zijn doorgehaald. Voor de hoofdpersoon, die net als in Op weg en reis Neeltje heet, is het uiteindelijk niet meer het Woord van God dat haar bij zal lichten op haar pad.

In Een lamp voor mijn voet beschrijft Labeur het leven van Neeltje. Daarnaast zijn er veel tekeningen opgenomen, die voor het verhaal net zo belangrijk zijn als de tekst. In die tekeningen is Neeltje herkenbaar aan haar hoedje. Voor de volgers van Labeur is dat hoedje bekend. Het meisje in filmpjes als ‘Vertoeven’ (hier) en ‘Preparatie’ (hier) draagt het ook.

Er zijn meer dwarsverbanden met het oeuvre van Labeur, met ‘Binnenkamers’ bijvoorbeeld of met ‘Schietgebedjes’:
Zou Sien ook schietgebedjes doen? Neeltje keek opzij, ze was samen met haar zus op weg naar de stad. Ze hadden het nog nooit over zulke gebedjes gehad. Het zou mooi zijn als je zulke gebeden kon zien, dacht Neeltje. In het echt. Woorden of een zin die uit het hoofd van Sien schoten.
We maken het leven van Neeltje mee van voor haar geboorte tot in haar volwassenheid. Vaak zitten we als lezer in het hoofd van Neeltje, soms is er een alwetende verteller. Soms ook kijken wen ineens in het hoofd van iemand anders, bijvoorbeeld dat van Jakob, Neeltjes vader:
Jakob zag het door het raam in de voorkamer en fronste zijn wenkbrauwen. Hij kon niet horen wat er gezegd werd. Wat zou er zijn?
Het boek was sterker geweest als het perspectief consequent gehanteerd was: Neeltje of een alwetende verteller en verder niets. Misschien dat Labeur zich gedwongen zag tot zulke uitstapjes omdat ze alles goed duidelijk wilde maken aan de lezer.

Bij haar tekeningen bukt ze niet naar haar publiek. Ze laat zaken weg (gezichten tekent ze meestal niet) en zet de kijker aan het werk om de tekeningen te duiden. In de tekst wordt soms te veel uitgelegd.

Dat begint al bij het 'Vooraf', waarin er een lijn getrokken wordt van de Reformatie tot aan het leven van Neeltje. We hadden het kunnen missen. In de rest van het boek komen ook kleine uitleggende zinnetjes voor. Als Neeltje bidt (‘Kom over en help’) wordt uitgelegd naar welke passage uit de Bijbel dat verwijst. Maar we leven dan net met Neeltje mee en zij zal nooit expliciet die link naar de Macedonische man gelegd hebben, omdat die voor haar vanzelf spreekt.

Vlak daarna, op dezelfde bladzijde (106), laat Labeur zien hoe het ook kan. Er volgt een passage die bol staat van de tale Kanaäns, zonder enige uitleg. Krachtige taal, die niets nodig heeft dan zichzelf.

Neeltje groeit op in een bevindelijk gereformeerd gezin. Moeder speelt orgel en ook Neeltje zal orgel leren spelen. Geregeld wordt er rond het orgel gezongen. Vandaar dat er in het boek ook verschillende psalmen geciteerd worden. Een vers van psalm 119 begint met ‘Ik ben een vreemd’ling hier beneên’. Uit de regel is ‘O HEER’ weggelaten. Het is niet duidelijk of dat bewust gedaan is of dat er niet nauwkeurig geciteerd is.

Op het oog lijkt Neeltje op te groeien in een harmonisch gezin.
Toch was er geen verbondenheid tussen moes en Jakob. Hun groene olijfspruiten versierden de kerkbank, maar de wijnstok bloeide niet.
Bovendien wordt Neeltje slachtoffer van seksueel misbruik, door haar vader. Het begint ermee dat hij wil controleren of zij al borsten heeft en later moet ze bij hem in bed komen. Neeltje vlucht op die momenten in haar fantasie. Ze noemt dat haar wonderwereld, haar droomwereld, haar land van melk en honing. De wereld waarnaar ze kan ontsnappen wordt steeds belangrijker. Die helpt haar het leven leefbaar te houden.

Moeder (moes) wenst een andere kant op te kijken. Zelfs als de grootouders op bezoek komen terwijl Neeltje bij vader in bed ligt, ontwijkt moeder de waarheid en zegt dat Neeltje zo zal komen. De relatie tussen Neeltje en haar vader is natuurlijk aangetast, maar door het wegkijken van moeder heeft ook die relatie problematische kanten.

Dan overlijdt vader Jacob. Over hem wordt gesproken als een gelovig man. Neeltje kan nu al helemaal niet meer vertellen wat er gebeurd is.

In een geloof waarin God met Vader aangesproken wordt, bepaalt het beeld van de vader natuurlijk ook het beeld van de Vader. Een van de hoofdstukken heet dan ook: ‘Onze Vaders die in de hemelen zijn.’ Na de begrafenis van vader verlaat Neeltje zonder Vaders de begraafplaats.

In haar droomland zal vader ook na zijn dood nog voorkomen. Zelfs dan chanteert hij haar nog. Hij relativeert wat hij gedaan heeft (‘Het valt toch wel mee wat er gebeurd is?’) en vraagt haar te zwijgen.

Neeltje heeft niet meer het Woord als lamp voor haar voet. Ze moet door een land van diepe duisternis en ze moet het alleen doen. Ze zeult een last met zich mee en met niemand kan ze erover praten. Ook niet met haar zus Sien, van wie ze zich afvraagt of die ook slachtoffer is.

Op haar tocht door het donker moet Neeltje fijne schoenen aan, puma’s of zo. Vanaf dat moment is er op de tekeningen een poema die Neeltje vergezelt en met haar meegaat door het donker.

De weg van Neeltje lijkt soms wat op die van de Christen in Eens christen reize naar de eeuwigheid van John Bunyan, bijvoorbeeld als ze aankomt bij de heuvel Bezwaarlijk. In haar dagelijks leven heeft ze in tussen de kunst gevonden  en die helpt haar om haar weg te zoeken.

Het boek eindigt niet vrolijk. De laatste bladzijden zijn zwart, met maar een klein randje licht. Neeltje heeft nog een lange weg te gaan. De laatste zin van het boek is ‘Neeltje weende bitter’, wat doet denken aan de Bijbelpassage van Petrus die Jezus verloochend heeft.

Liesbeth Labeur stelt in Een lamp voor mijn voet nadrukkelijk het seksuele misbruik aan de orde. Niet alleen bij Neeltje. Er komt in het boek nog een slachtoffer voor: een meisje dat misbruikt is en daarna zelfmoord pleegt. Achter in het boek heeft Labeur een lijst met geraadpleegde werken opgenomen. Daarin treffen we ook De mantel der liefde aan. Een ‘quickscan’ naar huiselijk geweld in orthodox-protestantse gezinnen. Voor zover mij bekend ontbreekt vervolgonderzoek. Hopelijk is deze roman een klop op de deur bij de degenen die dat onderzoek zouden moeten initiëren.

Het is gemakkelijk om Een lamp voor mijn voet weg te zetten vanwege de tekortkomingen. De uitgever is duidelijk in gebreke gebleven wat betreft de correctie: de naam van de schrijver W.G. van de Hulst is verschillende keren verkeerd gespeld en we komen woorden tegen als ‘houtgreep’ en ‘een welkom gebaar’. De tijdsprongen die gemaakt worden zijn niet altijd even handig, waardoor de hoofdstukken niet altijd prettig met elkaar verbonden zijn. De stijl kan op sommige momenten duidelijk beter. Maar met dat soort verwijten doen we het boek tekort.

Een lamp voor mijn voet is in de eerste plaats een complex boek, waarin de tekeningen en de tekst beide het verhaal dragen. Neeltje komt in het verhaal dicht bij ons. Ze is volstrekt geloofwaardig getekend en we kunnen niet anders dan met haar meeleven. Ze worstelt met zichzelf, met God, met haar leven dat aangetast is door haar vader. Dapper stapt ze op haar puma’s door het donker. Labeur heeft niet gekozen voor gemakkelijke oplossingen. Ze laat zien hoe ingewikkeld het leven van Neeltje is en misschien nog lang zal blijven. Dat leven laat ze ons onder ogen zien, zodat we niet meer kunnen wegkijken zoals ‘moes’ in het boek.

Dat maakt Een lamp voor mijn voet een beklemmend boek, dat dicht op je huid gaat zitten. Zoals ik al schreef bij Op weg en reis: het ervaren van het verhaal is belangrijker dan het oordeel erover. Wie het boek werkelijk leest en ondergaat, kan niet alleen maar boeiend of interessant vinden. Dat is het ook, maar gaandeweg het boek is er een ernst die we serieus moeten nemen. Laten we dat dan ook vooral doen.

Liesbeth Labeur, Een lamp voor mijn voet. Uitg. Cossee/Mozaïek, Amsterdam/Utrecht 2017. 184 blz. € 19,99.

 




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen